Het aantonen van de effectiviteit van vaktherapeutische interventies en het vergroten van de evidence wordt sterk gevraagd in de huidige tijd. Bij dit onderzoek naar de effectiviteit van deze interventies worden veelal vragenlijsten ingezet of staan de ervaringen van de cliënten centraal. Vanwege het ervaringsgerichte en handelingsgerichte karakter van de interventies is het de vraag of we niet ook meer onbewuste processen moeten onderzoeken door metingen aan het lijf te verrichten om een beeld te krijgen van de effecten van deze interventies. Binnen de onderzoekslijn ‘Creative Minds’ werken onderzoekers, docenten-vaktherapie, docenten biometrie, vaktherapeuten en studenten samen en brengen de werelden van de biometrie en de vaktherapie bij elkaar te brengen. Zij gaan na 1) welke onderzoeksvragen relevant zijn om werkzame elementen en werkingsmechanismen van vaktherapie nader te onderzoeken op basis van theorie of praktijkervaring, 2) op welke wijze psychofysiologische metingen (hartslag, EEG, beweging) ingezet kunnen worden binnen vaktherapie en 3) onderzoeken de geformuleerde onderzoeksvragen in experimenteel onderzoek. Hieronder een verzameling van deze verrichte onderzoeken.
Contactpersoon voor dit project is Susan van Hooren.
In dans- en bewegingstherapie wordt synchronisatie ingezet om onder andere de therapeutische relatie op te bouwen, omdat hiermee een gevoel van verbondenheid kan worden gecreëerd. Maar zorgt dat synchroniseren nou daadwerkelijk voor een vergroot gevoel van verbondenheid? En is dit fysiologisch ook te zien? Het afgelopen studiejaar heeft Jacomein van Strien binnen de onderzoekslijn ‘Creative Minds’ voor haar afstudeeronderzoek het effect van synchroon bewegen op het gevoel van verbondenheid, de hartslag en hartslagvariabiliteit (HRV) onderzocht. Dit is gedaan door deelnemers (N=16) wel en niet te spiegelen in beweging en hiermee verschillende mate van synchroniciteit te creëren, waarbij de hartslag en de HRV zijn gemeten. Ook is de ervaring voor en na niet-synchroon en synchroon bewegen uitgevraagd aan de hand van een Visual Analogue Scale vragenlijst en de Perceived Partner Responsiveness Subscale. De resultaten lieten zien dat synchroon bewegen bij deelnemers leidde tot een grotere toename van het gevoeld van verbondenheid, veiligheid en responsiviteit en een grotere afname van eenzaamheid in vergelijking met niet synchroon bewegen. Geen verschillen tussen synchroon en niet synchroon bewegen waren te zien voor een blij en kalm gevoel. Verder is voor ongeveer de helft van de deelnemers gebleken dat de hartslag verlaagt en de hartslagvariabiliteit verhoogt tijdens synchroon bewegen ten opzichte van niet synchroon bewegen. Deze resultaten dragen bij aan de verdere onderbouwing van (synchronisatie in) dans- en bewegingstherapie. Wil je meer weten, klik dan hier.
Bachelorthesissen:
Arousal tijdens rolvertolking in dramatherapie – Aram Verstappen
Beats per minuut – Jael van Vlaanderen
Body effects by creativity – Fleur Naus
De invloed van ritme op onze arousal – Jeroen Rondeel
De Psychofysiologie van Beeldende Therapie (o.a. enquete) – Lisa Luchtenberg
Hartslagvariabiliteit, hartslag en huidgeleiding bij controlled approach– Nathalie Jans
Het beeldende brein – Rachelle Engelbert en Daria Heiendael
Het effect van de maatsoort op arousal – Inga Rothammel
Het hart klopt voor beeldende therapie – Hanne Delbaere
Werkvormen in een raamwerk Expressive Therapies Continuum – Jannita Tesselaar
The measures of dance – Eargelon Florentina en Inéz van Heijningen
Publicaties:
Psychofysiologische staten in beeld – Lisa Luchtenberg (n.a.v. een bachelorthesis bij de HU)
Pénzes, I., Engelbert, R., Heidendael, D., Oti, K., Jongen, E., & van Hooren, S. (2023). The influence of art material and instruction during art making on brain activity: A quantitative electroencephalogram study. Arts in Psychotherapy, 83, Article 102024. https://doi.org/10.1016/j.aip.2023.102024 Gratis te downloaden via deze link [https://research.ou.nl/en/publications/the-influence-of-art-material-and-instruction-during-art-making-o]